Adenotomie, tonsillectomie en de gevolgen met betrekking tot nasale resonantie

Y. Maryn, M. De Bodt

Samenvatting


Algemeen wordt aangenomen dat het chirurgisch verwijderen van adenoïdweefsel en/of tonsillen een negatieve invloed uitoefent op de velofaryngeale afsluiting van de orofarynx en de nasofarynx. Adenotomie en/of tonsillectomie kunnen dus gezien worden als één van de oorzaken van velofaryngeale insufficiëntie. De logopedische relevantie van deze ingrepen komt tot uiting wanneer er zich, als rechtstreeks gevolg van de velofaryngeale stoornis, een stoornis in de nasale resonantie voordoet. Vanuit deze optiek lijkt het ons niet overbodig om, op basis van de gegevens uit een literatuurstudie, af te tasten welke de rol is van het adenoïd en de tonsillen in spraak en in resonantie en tevens de gevolgen van hun extirpatie na te gaan. Het adenoïd beïnvloedt zeker de spraak bij kinderen, maar omtrent de betekenis van de tonsillen hierbij heersen er nog veel twijfels. Exacte incidentie- en prevalentiecijfers over velofaryngeale insufficiëntie na adenotomie kunnen niet gegeven worden, doch meestal blijven de negatieve consequenties op lange termijn uit. Indien de verhoogde nasaliteit zich blijft manifesteren tot 1 maand na de operatie, dient logopedische interventie zeker aangeraden te worden. Tonsillectomie resulteert in de meeste gevallen in een duidelijke verbetering van de spraak en de resonantie.



Volledige tekst:

PDF

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.


Creative Commons License
Dit werk wordt gepubliceerd onder een Creative Commons Attribution 4.0 International licentie.