Artikelen

De invloed van intensiteit op akoestische stemkwaliteitsmetingen

  • Evy Lebbe Centre for Language and Cognition (CLCG), Faculty of Arts, University of Groningen
  • Jo Vestraete
  • Jan DeKlerck
  • Youri Maryn

Samenvatting

Om de stemkwaliteit te bepalen in het klinisch stemonderzoek, wordt er frequent gebruik gemaakt van diverse akoestische metingen. Dit gebeurtmeestal op een aangehouden klinker, geproduceerd op een comfortabele toonhoogte en intensiteit. In het huidig onderzoek wordt de invloed van verschillende geluidsintensiteiten op de akoestisch gemeten stemkwaliteit onderzocht.
Veertig adolescenten/volwassenen werden gevraagd om de klinkers [a:], [i:] en [u:] aan te houden op 70, 80, 90 en 100 dBSPL. Hiervan werd er telkens een digitale opname gemaakt en uit iedere opname werden er drie seconden geëxtraheerd om akoestisch te analyseren en de volgende negen metingen te bepalen: jitter local, jitter rap, jitter ppq5, shimmer local, shimmer local dB, shimmer apq11 enmean noise-to-harmonics ratio (NHR) in het programma Praat; en cepstral peak prominence (CPP) en smoothed cepstral peak prominence (CPPS) in het programma SpeechTool.
Uit de resultaten blijken er vrijwel uitsluitend significante verschillen te zijn tussen de vier intensiteitsniveaus, ongeacht de klinker waarop gefoneerd werd. Enkel bij NHR en CPPS zijn er niet-significante verschillen tussen de intensiteitsniveaus gevonden.
Op basis van dit onderzoek kan besloten worden dat de intensiteit waarmee gefoneerd wordt een belangrijke variabele is in het akoestisch onderzoek van stemkwaliteit. Het is dus belangrijk om deze variabele zo veel als mogelijk te controleren tijdens klinisch stemonderzoek.