Artikelen

Interacties tussen taalniveaus bij kinderen met een normale taalverwerving en bij kinderen met een specifieke taalstoornis

  • G.M. de Wijkerslooth-van Wiechen Effatha, Chr. Instituut voor doven en communicatief gehandicapten
  • A.E. Baker Leerstoelgroep Psycholinguïstiek en Taalpathologie, Faculteit der Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam

Samenvatting

Twee onderzoeksgroepen, te weten jonge normaal taalverwervende kinderen en een groep Specifically Language Impaired kinderen worden met elkaar vergeleken wat betreft hun relaties tussen het morfosyntactische en het fonologische niveau. Het onderzoek valt in twee gedeelten uiteen, een deel waarbij naar verbanden tussen linguïstische niveaus gezocht wordt op globaal niveau en waarbij de onderzoeksgroepen groot genoeg zijn om statistische analyses toe te passen, en een exploratief deel waarbij specifieker naar verbanden gezocht wordt en waarbij het te onderzoeken materiaal te weinig omvangrijk is om resultaten statistisch te toetsen. Op globaal niveau kunnen voor beide onderzoeksgroepen duidelijke verbanden aangetoond worden. Op een dieper niveau, per morfologische categorie, blijken deze verbanden veel mindersterkte zijn en grilliger van patroon. Bij de kinderen met een normale taalverwerving kunnen sommige morfologische realisaties, waarbij een vocaal gevolgd wordt door een consonant, zelfs tot stand komen terwijl de fonologische voorwaarden niet voldoende aanwezig zijn. Dit patroon verandert als het frequentiecriterium voor de fonologische voorwaarden verschoven wordt van 75% naar 50%. De verbanden tussen de niveaus blijken mindereenduidig dan verwacht. Voor de meervoudscategorie blijken fonologische voorwaarden en morfologische realisatie het meest overeen te komen. Als een vervoeging uitmondt in een complexe morfologische clusterlijken de fonologische voorwaarden eerder aanwezig te moeten zijn dan bij vervoegingen waarbij een vocaal gevolgd wordt door een consonant. Dit geldt in ieder geval zo voor de kinderen met een normale taalverwerving. Bij de taalgestoorde kinderen zijn er minder onverwachte verbanden te zien. Het feit dat bij de normale kinderen zich meer onverwachte verbanden voordoen, kan verklaard worden uit het vroege stadium van de taalontwikkeling waar zij zich door hun jonge leeftijd nog in bevinden. De taalgestoorde kinderen zouden een vaster foutenpatroon ontwikkeld kunnen hebben.


Gepubliceerd
1999-09-01
Sectie
Artikelen