Artikelen

Fonologische Codering en Afasie

  • Dirk-Bart den Ouden Rijksuniversiteit Groningen Graduate School for Behavioural and Cognitive Neurosciences
  • Roelien Bastiaanse Rijksuniversiteit Groningen Graduate School for Behavioural and Cognitive Neurosciences

Samenvatting

De fonematische parafasieën van vloeiende afasiepatiënten worden in het algemeen geweten aan een fonologische stoornis, terwijl de parafasieën van nietvloeiende patiënten, met verbale apraxie, het gevolg zouden zijn van een meer fonetische stoornis. De scheiding tussen vloeiende en niet-vloeiende patiënten stelt ons in staat om meer te weten te komen over het onderscheid tussen fonologisch (abstract) bepaalde structuren en fonetisch (fysiek) bepaalde structuren. Het eerste experiment dat in dit artikel besproken wordt, richt zich op de structuur van de lettergreep, waarbij de vraag is of deze mogelijk een rol speelt tijdens het proces van fonologische codering, of dat het domein lettergreep wellicht puur fonetisch van aard is. Uit de resultaten van dit experiment blijkt dat de parafasieën van vloeiende en niet-vloeiende patiëntgroepen wat betreft het effect van positionele gemarkeerdheid binnen lettergrepen zeer vergelijkbaar zijn. Dit heeft gevolgen voor de differentiatie van patiënten met een fonologisch deficiet (vloeiend) en patiënten met een fonetisch deficiet (niet-vloeiend). Na dit eerste experiment wordt een experiment besproken waarbij door middel van een benoem-, een herhaal- en een productieve foneemdetectietaak drie verschillende profielen onderscheiden werden bij drie verschillende afasiepatiënten, terwijl alledrie de patiënten fonematische parafasieën produceerden. Deze resultaten wijzen erop dat vergelijkbare parafasieën gegenereerd kunnen worden tijdens verschillende stadia in het spraakproductieproces.


Gepubliceerd
2000-09-01
Sectie
Artikelen