Artikelen

Evaluatie van de taalvaardigheid van ernstig slechthorende en dove kinderen met de CELF-4-NL

  • Tinne Boons ExpORL, Dept. Neurowetenschappen, K.U.Leuven, Fontys Paramedische Hogeschool, Eindhoven
  • Astrid van Wieringen ExpORL, Dept. Neurowetenschappen, K.U.Leuven
  • Leo De Raeve KIDS, Onafhankelijk Informatiecentrum over cochleaire implantatie (ONICI)
  • Louis Peeraer Fontys Paramedische Hogeschool
  • Jan Wouters ExpORL, Dept. Neurowetenschappen, K.U.Leuven

Samenvatting

Inleiding: Het lijdt geen twijfel dat een ernstige auditieve beperking de kindertaalontwikkeling sterk beïnvloedt. Onder andere door de neonatale gehoorscreening en cochleaire implantatie op jonge leeftijd ligt het taalniveau van deze kinderen echter steeds dichter bij dat van normaalhorende leeftijdsgenootjes. Hierdoor groeit de nood aan een uitgebreid evaluatie-instrument waarmee de taalontwikkeling van ernstig slechthorende en dove kinderen gedetailleerd in kaart gebracht kan worden. Het huidige onderzoek wil (1) nagaan of de CELF-4-NL hiervoor bruikbaar is en (2) onderzoeken of uit de verschillende taalevaluaties een specifiek taalprofiel opduikt. Methode: Er namen tien kinderen tussen 06;07 jaar en 07;10 jaar deel aan het onderzoek; vijf droegen een cochleair implantaat en vijf een hoortoestel. Hun resultaten op de CELF-4-NL werden vergeleken met twee normaalhorende controlegroepen; één groep gematcht op chronologische leeftijd en één gematcht op hoorleeftijd. Resultaten: Het globale taalniveau van de slechthorende kinderen ligt één à twee standaardafwijkingen onder de norm. Hoewel de variabiliteit in scores groot is, duikt toch een specifiek patroon op in de resultaten. De hoogste scores worden behaald op de subtests die hoofdzakelijk semantische en lexicale vaardigheden meten. Op opdrachten waarbij de kinderen naast taal- ook goede auditieve vaardigheden nodig hebben, wordt het zwakst gepresteerd. Uit een diepgaande foutenanalyse komt naar voren dat slechthorende kinderen significant meer moeite hebben met plaatsaanduidingen, voornaamwoorden en bepaalde lidwoorden dan normaalhorende (hoor)leeftijdsgenootjes. Conclusie: De grote spreiding van de resultaten wijst erop dat de CELF-4-NL bij ernstig slechthorende en dove kinderen voldoende differentieert, zowel tussen de kinderen onderling als tussen de taalvaardigheden. Er duikt een taalprofiel op met lexicon en semantiek als sterke punten en morfologie en syntaxis als zwakke taalaspecten. Op opdrachten waarbij zowel sterke taal- als auditieve vaardigheden vereist zijn, zoals ‘Begrippen en aanwijzigen volgen’ en ‘Zinnen herhalen’, scoren de slechthorende kinderen het zwakste. De foutenanalyse wijst bovendien op het bestaan van specifieke afwijkingen in de morfosyntactische taalontwikkeling van slechthorende kinderen.
Gepubliceerd
2011-07-15
Sectie
Artikelen